​​​​​​​Doorstroming stokt in sociale huurmarkt (Regionale corporatiemonitor RWU)

Publicatiedatum: 16-07-2020

De doorstroming in de sociale huursector stagneert. Er zijn in 2019 in de Utrechtse regio namelijk 15% minder sociale huurwoningen verhuurd dan in de jaren ervoor. Gevolg daarvan is dat de gemiddelde inschrijfduur voor woningzoekenden naar een sociale huurwoning verder is gestegen. De ‘magische grens’ van tien jaar wachttijd is nu doorbroken. Belangrijkste oorzaak is dat de nieuwbouw tot een dieptepunt is gedaald. In 2019 werden nog geen 500 nieuwe sociale huurwoningen opgeleverd. Er zijn meer locaties nodig om de woningbouw uit het slop te trekken.

In 2019 hebben de twintig corporaties in de regio gezamenlijk 6.380 vrijgekomen woningen en nieuwbouwwoningen verhuurd. Dat waren er in 2018 nog 7.390. De daling komt vooral voor rekening van de 1 en 2 persoonshuishoudens, die veel minder zijn verhuisd. De gemiddelde inschrijftijd van starters - die vooral bestaan uit één en twee persoonshuishoudens - is in 2019 dan ook met ruim acht maanden gestegen. De inschrijftijd van starters en doorstromers tezamen is toegenomen tot een record 10,1 jaar. De langste inschrijfduur voor starters geldt voor Bunnik (gemiddeld 12,4 jaar), daarna volgt Utrecht (11 jaar).

Ondanks dat het aantal verhuringen is gedaald is de toewijzing aan bijzondere doelgroepen stabiel gebleven op circa 24%. Dat komt omdat in 2019 vooral minder huizen nodig waren voor statushouders (meer dan een halvering tot 283 woningen). De grootste bijzondere groep betreft cliënten van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, die vanuit een instelling verhuizen naar een zelfstandige woning in Utrecht of de regio (335 woningen).

Belangrijkste oorzaak van de stagnerende sociale huurmarkt is de achterblijvende nieuwbouw. In 2019 leverden de corporaties maar 423 sociale huurwoningen op, veel minder dan in 2018 (771 woningen). De meeste woningen werden opgeleverd in de stad Utrecht (298 woningen), daarna volgden Vijfheerenlanden (72 woningen) en Oudewater (30 woningen). De productie blijft al jaren achter vanwege het gebrek aan woningbouwlocaties, dan wel door uitstel of vertraging op bestaande locaties. Dat komt omdat veel van die locaties zijn gelegen in ingewikkelde en dure binnenstedelijke gebieden. De corporaties pleiten dan ook voor meer bouwlocaties, ook buitenstedelijk, zoals de polder Rijnenburg.

Uit recent onderzoek van het ministerie van BZK is gebleken dat in de Utrechtse regio jaarlijks zeker 2.250 nieuwe sociale huurwoningen per jaar nodig zijn om iets aan de lange wachttijden te doen en de groeiende behoefte bij te houden. De huidige aantallen blijven daar ver bij achter. Uit datzelfde onderzoek is gebleken dat corporaties – als de productie aantrekt – over een aantal jaren geld tekort komen om alle opgaven, waaronder ook de verduurzaming van de woningvoorraad, te kunnen realiseren. Corporaties dringen er dan ook op aan om met name de verhuurderheffing af te schaffen of drastisch te verlagen.

U vindt de Regionale corporatiemonitor van de RWU hier

Of lees meer over de RWU

Deel deze pagina

 
Annuleren

Waarmee kunnen wij je helpen?

Begin hier met zoeken!

Geen resultaten gevonden